Juryrapport Grieks volwassenen 2023-2024

Dit jaar was de vertaalopgave Grieks een poëtische tekst, gekozen uit de Homerische hymnen. Ook al zijn die dan niet door Homeros geschreven, toch zijn het zowel godsdiensthistorisch als poëtisch unieke teksten. Dat geldt al zeker voor de hymne aan Pan die als opgave werd voorgelegd. Hoewel Pan een oeroude natuurgod is, heeft hij pas laat een prominente plek verworven in de mythologie, in de literatuur en in de beeldende kunst. Pas na de Perzische Oorlogen, toen hij de Atheners aan de overwinning bij Marathon geholpen zou hebben, komt zijn cultus goed op gang. Waarschijnlijk is deze hymne dan ook niet vóór de vijfde eeuw v. Chr. geschreven.

De hymne voor de natuurgod Pan onderscheidt zich ook door de idyllische natuurbeschrijvingen. Om de woorden te citeren van de classicus Thomas W. Allen uit 1904: "Nowhere, perhaps, in Greek literature has the love of the country found clearer expression than in this hymn."

Het poëtisch gehalte van de hymne, de vele neologismen (of in elk geval hapaxen), de idyllische natuurbeschrijvingen, de vloeiende dactyli, het gebruik van stijlmiddelen, zoals alliteratie en assonantie, vormen even zovele uitdagingen voor vertalers.

In het algemeen kan worden gezegd dat de zes ingezonden vertalingen van hoge kwaliteit zijn, en soms zelfs meer dan dat.

Aan de ultieme uitdaging om de etymologie van de naam Pan ook in de Nederlands vertaling te behouden heeft begrijpelijkerwijze geen van de inzenders zich gewaagd, tenzij we misschien de opvallende weergave "omdat hij ieders hart deed smelten" (Tom Ingelbrecht, r. 46) als een poging daartoe mogen interpreteren.

Opvallend is het veelvuldig gebruik in de ingezonden vertalingen van alliteratie, een stijlfiguur die ook in de Griekse tekst voorkomt, maar minder frequent dan in enkele van de vertalingen.

1e prijs: Tom Ingelbrecht (classicus)
Een heel geslaagde, poëtische vertaling in een jambische maatvoering (trimeter + amfibrachys), zonder storende eenvormigheid. De jury kent aan deze vertaling met overtuiging de eerste prijs toe. Van het gehanteerde poëtische taalgebruik citeert de jury graag twee geslaagde voorbeelden: (de nachtegaal, die) "een helder klinkend klaaglied zingt dat klatert in de blaadjes" (r. 17) en verderop waar het gaat over de zang van de nimfen: "de echo van hun zang galmt langs de toppen van de bergen" (r. 20).

Naast alliteratie wordt ook assonantie gebruikt (zoals in het eerder geciteerde "klatert ... blaadjes" en in "blonde lokken" r. 4) en worden mooie, niet-alledaagse woorden gehanteerd zonder in bombast te vervallen: "zoetgevooisd" (λιγύμολποι r. 18) en: hij "laaft zich aan (melodieën)" (ἀγάλλεται r. 23). Iets aan te merken is er misschien ook. Minder geslaagd vindt de jury de vertaling van λέλογχε met "erfde" (hoezo? van wie?). Het enige element uit het Grieks dat in de vertaling lijkt te ontbreken is het bijvoeglijk naamwoord δενδρήεντ(α) in r. 3. In r. 21 ervaart de jury het woordje "dan" een beetje als een stoplap.

2e prijs: Arthur Hartkamp (geen classicus)
Een zeer soepel lopende vertaling in dactylische hexameters, in het juiste taalregister geschreven met gebruik van mooie bijvoeglijke naamwoorden (ruigbehaard r. 5, sneeuwrijk r. 6, uitbottend groen r. 17) zonder extravagant te worden. Met veel genoegen kent de jury aan deze vertaling de tweede prijs toe, hoewel de keuze tussen de eerste en de tweede plaats absoluut niet eenvoudig was.

Het taalgebruik is beeldend en poëtische middelen als alliteratie ("geurend in groten getale" r. 26, "waar hij een heiligdom heeft op de hellingen" r. 31) en assonantie ("schoonheid ... loop ... stroompjes" r. 9) worden gedoseerd toegepast.

Deze vertaler koos ervoor de voorvertaalde passage (r. 32 t/m 43) om te zetten in zijn/haar eigen (dactylische) verzen. Omdat deze passage buiten de opgave valt, kan de jury met deze extra prestatie helaas geen rekening houden.

Hans Akkerboom 
Een ambitieuze en bijzonder geslaagde vertaling, die jammer genoeg net niet in de prijzen valt. Wat betreft het versritme kan de jury geen bepaald volgehouden metrum ontdekken. Wel heeft de vertaler, waarschijnlijk met de bedoeling regelmaat aan te brengen in de tekst, er met grote zorgvuldigheid voor gezorgd elke regel uit 14 lettergrepen te laten bestaan. Een knap staaltje werk. Te prijzen valt, dat deze vertaler ook de voorvertaalde passage (r. 32 t/m 43) heeft meegenomen in de eigen vertaling, maar omdat dit niet bij de voorgelegde opgave hoort, kan dit positieve element in de beoordeling niet worden meegenomen.

Ook in deze vertaling worden de stijlmiddelen van alliteratie en assonantie succesvol gebruikt om de poëtische toon te versterken ("wit schitterende bergen" r. 12, "zwiert ... zwenkt" r. 22; "weide..., welriekend ... weelderig" r. 25-26).

In r. 14 van de opgave lijkt de vertaler een andere tekstlezing te hebben gevolgd dan in de opgave staat of hij/zij vergist zich in de congruentie van οἶον: dat kan toch moeilijk bij het onderwerp van de zin horen, waar de vertaling wel van uitgaat ("hij in zijn eentje").

Renée Müskens 
Deze vertaling is niet strikt metrisch, maar wel ritmisch, waarbij een dactylisch ritme domineert, maar niet consequent volgehouden is.

Zeker te waarderen zijn de pogingen om poëtische elementen over te nemen of in elk geval te compenseren. Zo zijn er mooie neologismen als "dansdolle nimfen" (χορογηθέσι νύμφαις r. 3), veel allitteratie ("maakt beesten buit" r. 13, "zij eren in zang de gelukzalige goden" r. 27).

Wel erg veel / te veel van het goede vindt de jury zinsneden als "...dan daar, dan in hun midden" (r. 22) en "tussen hen door, door en door rood..." (r. 23).

Als on-Nederlands en storend heeft de jury het proleptisch gebruik van het voornaamwoord "zij" ervaren, onder meer in de zin "Niet kan zij zijn muziek overtreffen, de vogel die..." (r. 16-17). Een ongebruikelijke woordvolgorde leidt soms tot onduidelijkheid: is in "en Olympos hoog" (r. 27) het woord "hoog" nu bedoeld als bijvoeglijk bij het voorafgaande "Olympos", of bijwoordelijk bij de eerdere persoonsvorm "zij eren"?

Machteld van Peursem 
Een mooie vertaling die heel sterk begint:

     "Zing me, Muze, van Hermes' geliefde zoon, 
geitenpoot, dubbelhoorn, herrieschopper, die 
     alle boomrijke beemden bewandelt met dansgrage nimfen."

Het is de enige van de ingezonden vertalingen die de drie hapaxen in regel 2 ook telkens in één Nederlands woord weet weer te geven.

Helaas gaat de vertaler verderop toch wel meer dan eens in de fout, bijvoorbeeld als hij/zij Pan door de kloven laat "rijden" (r. 13), en als hij/zij kennelijk niet beseft dat de persoonsvorm ἔκλαγεν en het participium ἀθύρων beide betrekking hebben op het bespelen van de panfluit ("soms schreeuwt hij, 's avonds alleen ... op z'n rietfluit speelt hij" r. 14-15).

Wat woordkeuze betreft vindt de jury het gebruik van "doorspekken" (r. 26) niet zo gelukkig, als het om bloemen in een weide gaat.

Aangezien een bepaald metrum niet gehanteerd lijkt te worden, is de functie van de vele afkortingen (in 't lover, 't donk're nat, het held're gezang, onsterf'lijken) niet duidelijk.

Rik Disberg 
Een goede, niet onverdienstelijke vertaling, die plezierig is om te lezen. Toch bevat deze vertaling een aantal onjuistheden en enkele storende elementen.

Zo schrijft de vertaling de sneeuw op de heuvels aan het werk van Pan toe en wordt ὃς πάντα λόφον νιφόεντα λέλοχε vertaald met "die elke heuvel met sneeuw bedekt". Ook lijkt de vertaling "liefste spruit" (r. 1) wat te veel voor het formele φίλον γόνον. Verder zullen de "heldere gezangen" (r. 24) toch niet van Pan zelf zijn, maar van de "bergnimfen die helder zingen" r. 19 (zie ook de "zij" in r 27 e.vv.).

Daarnaast valt hier en daar een wat minder gelukkige woordkeus op: liever niet "jammert" (r. 21) voor de klank van Echo, beter niet "schuifelt" (ἕρπει r. 22) voor de dansende Pan. En wat "bestuurt" (διέπει r. 23) hij met zijn voeten? De huid van een lynx kun je moeilijk een "doek" (λαῖφος r. 23) noemen.

Soms maakt de woordvolgorde een gekunstelde indruk, bijvoorbeeld als het object achter de persoonsvorm geplaatst wordt: "doet klinken een zoetklinkend lied" (r. 18). En al te nadrukkelijke herhalingen kunnen ook storend zijn ("dan... dan..." r. 14-15, "en ook ... en ook" r. 49).

Hieronder volgt de volledige winnende vertaling:

VOOR PAN

Vertel mij, Muze, over Hermes' zoon op bokkenpoten,
de god met dubbele horens die luid ronddoolt in de velden
te samen met de nimfen in een vreugdevolle reidans:
zij dartelen over ruige toppen langs de steilste rotsen
en roepen er om Pan, de herdersgod met blonde lokken,                5
een ruige god die alle sneeuwbeladen hoogland erfde,
de toppen van de bergen en de rotsachtige pieken.
Hij doolt soms heen en weer door ruige, dichtbegroeide struiken,
en wordt soms aangetrokken door de liefelijkste stroompjes,
een andere keer baant hij zijn weg langs steile, ruwe rotsen                10
en klimt hij naar de hoogste top, met uitzicht op de kudden.
En vaak doorkruist hij witbesneeuwde hooggelegen bergen,
ja, vaak rent hij langs hellingen en jaagt op wilde dieren,
hij heeft een scherpe blik! En enkel in de avondschemer,
als hij terugkeert van de jacht, speelt hij soms op zijn rietfluit                15
een hemels zoete melodie - geen nachtegaal doet beter,
wanneer die in de lente in het bladgroen en de bloesems
een helder klinkend klaaglied zingt dat klatert in de blaadjes.
Pan wordt dan vergezeld door scharen zoetgevooisde nimfen
met dartele voeten, zingend bij een bron met donker water:                20
de echo van hun zang galmt langs de toppen van de bergen.
De god danst daar dan heen en weer of glipt tussen hun reien
en leidt de dans met snelle voet, terwijl een rosse lynxvacht
zijn rug bedekt. Hij laaft zich aan de mooie melodieën
in het zachte grasland van een weide waar tussen de halmen                25
de krokussen en hyacinten wild en geurig bloeien.
Hun lofzang voor de zalige goden en de grote Olympos
weerklinkt er luid en bovenal voor Hermes, die geluk brengt,
hoe hij als snelle bode dient voor alle andere goden,
of hoe hij naar Arkadië kwam, het land van vee en bronnen,                30
en waar hij ook zijn tempel heeft als god van de Kyllene.

[…]

Daar ging de god bij Zeus en bij de andere goden zitten
en toonde hun zijn zoon tot grote vreugde van hen allen,                45
onsterfelijken, in het bijzonder Bakchos Dionysos.
Ze noemden hem dus Pan, omdat hij ieders hart deed smelten.
Ook u, heer, wil ik groeten, en u met mijn lofzang vleien:
met u dus in gedachten start ik nu een nieuwe hymne.

(Tom Ingelbrecht)